Zes archetypen van politieke leiders

Wil je weten welk archetype een politicus heeft? Of wil je weten welke politicus past bij je eigen stijlvoorkeur? Dat kan door drie vragen te beantwoorden.

Beantwoord drie vragen die de stijl van een politicus bepalen, over het DENKEN, DOEN en ZEGGEN van een politicus.

1. DENKEN:Hoe komen denkbeelden tot stand?

In denkstijl bewegen politici zich tussen twee uitersten:

  • Is een politicus vooral een rationele denker die een beredeneerde onderbouwing zoekt bij een standpunt? Die de waarheid daardoor als een tijdelijke waarheid ziet, tot er een argument of feit is dat deze waarheid ontkracht? Zelfs als deze politicus overtuigd is van het eigen gelijk, erkent hij/zij op zijn minst de mogelijkheid dat het ook anders kan zijn.
  • Of is iemand meer een intuïtieve weter die zich baseert op common sense, traditie of gevoel? En heeft hij/zij daarom absoluut gelijk – want het “was altijd al zo” of “dat voel je gewoon”?

2. DOEN: Bij welke groep hoort iemand?

In sociale stijl bewegen politici zich tussen twee uitersten:

  • Hoort een politicus vooral bij de elite, de bazen en/of degenen die de macht in handen hebben en bepalen wat er gebeurt? Straalt iemand uit een speciaal persoon te zijn, beter dan gemiddeld?
  • Of hoort een politicus meer bij het volk, bij degenen die de macht ondergaan, de machtelozen of underdogs? Heeft iemand de uitstraling van een heel gewoon persoon, niet beter dan anderen?

3. ZEGGEN: Hoe presenteert iemand zich?

In presentatiestijl bewegen politici zich tussen twee uitersten:

  • Ziet iemand politici in het algemeen als mensen die het het beste met het land voorhebben, ook al is men het inhoudelijk niet met iemand eens? Met andere woorden: gelooft iemand dat maatschappelijke problemen het best via de politiek opgelost kunnen worden? Dan is iemand een echte politicus.
  • Of vindt iemand dat de politiek zélf een groot maatschappelijk probleem is? Dan houdt iemand afstand van politiek Den Haag en is een buitenstaander die de politiek zelf wil veranderen.

Zes politieke types

De combinatie van antwoorden op deze drie vragen bepaalt iemands politieke stijl (zie figuur). Er zijn zes stijlen: 

  • de boze burger (intuïtief, volk, buitenstaander)
    een boze stijl
  • het orakel (intuïtief, elite, buitenstaander)
    een alwetende stijl
  • de regent (intuïtief, elite, politicus)
    een degelijke stijl
  • de samenwerker (rationeel, elite, politicus)
    een positieve stijl
  • de probleemoplosser (rationeel, volk, politicus)
    een pragmatische stijl
  • de rebel (rationeel, volk, buitenstaander)
    een opstandige stijl

Creatief combineren

Politiek is een creatief vak en elke politicus heeft een andere stijl. Sommige politici passen precies bij één archetype, andere politici combineren stijlen. Sommige stijlen gaan goed samen en andere absoluut niet. Stijlen die in de cirkel aan elkaar grenzen, zijn in principe redelijk te combineren.

Vat vol tegenstellingen

Hoe verder de stijlen in de cirkel van elkaar afliggen, hoe moeilijker ze samengaan. En hoe lastiger het is voor mensen om deze politicus te begrijpen. Tegenover elkaar liggende stijlen zijn namelijk echt in alle opzichten elkaars tegengestelde. Een politicus die elementen uit tegengestelde archetypen combineert komt al gauw over als een spreekwoordelijk vat vol tegenstrijdigheden.

Utopische stijlen

Een politicus combineert dan de drie witte stijlonderdelen (intuïtief, volk, politicus) of de drie zwarte (rationeel, elite, buitenstaander). Hier zit altijd een innerlijke tegenstrijdigheid in. Toch heeft zo’n stijl ook iets aantrekkelijks. Want willen we niet allemaal iemand die heel gewoon is maar ook buitengewoon, rationeel en intuïtief, burger en politicus?

Achillushiel

Retorisch gezien is dat echter lastig. Zo’n tegenstrijdigheid is al gauw de achillushiel waar een politicus snel op wordt aangevallen. Iemand de stijlen van regent en rebel combineert, wordt snel bekritiseerd als “salon-socialist”. En een politicus die zowel pragmatisch is (probleemoplosser) als principieel (orakel) klinkt ideaal – maar gaat dat wel samen? En als je de stijl van “boze burger” hebt en opeens wil samenwerken met andere politici, dan is dat moeilijk uit te leggen, want waarom zoekt een boze burger – die niets van andere politici moet hebben – opeens toenadering?

Verlosser

Als het een politicus echter lukt om ondanks deze tegenstellingen overeind te blijven, dan kan het beeld van een verlosser ontstaan; iemand die de onmogelijke tegenstellingen in de maatschappij weet te overbruggen. Zo’n verlosser is zowel rationeel als intuïtief, hoort bij de elite en het volk, is zowel buitenstaander als politicus. Met recht een utopische stijl.

Over het algemeen geldt echter dat wie een realistische, eenduidige politieke stijl heeft, het beste overtuigt. Iedere stijl komt met een eigen pakket aan retorische middelen om een leiderschapsstijl consequent en overtuigend uit te dragen.

Carola Schoor ontwikkelde het Archetypemodel voor politieke stijl als vervolg op haar promotieonderzoek uit 2020. Dit legde de drie-dimensionele logica onder populisme bloot. Dezelfde logica ligt ook onder het archetypemodel voor politieke stijl. Dit is niet alleen op populisme van toepassing, maar op álle politieke stijlen. Carola werkt momenteel aan een boek over het archetypemodel dat in de loop van 2024 zal verschijnen.